Leerstijlen > De vier leerstijlen

Leerstijlen

De vier leerstijlen

Ieder mens heeft zo zijn eigen manier van leren. Sommigen leren heel precies, stapje voor stapje tot ze de leerstof kennen. Anderen lezen een tekst snel door om te begrijpen waar de leerstof over gaat en vormen zich een algemeen beeld van wat ze willen leren. Er zijn ook leerlingen die zich minder voor de leerstof interesseren en alles gewoon uit hun hoofd leren om maar een goed cijfer te halen.

De ene leerstijl is dus de andere niet. Daarom is het belangrijk te weten wat je leerstijl is. Wat zijn de sterke en zwakke punten van je leerstijl? Wat kun je ermee?

Ook voor docenten is kennis van leerstijlen belangrijk. Kennen ze de leerstijlen van hun leerlingen, dan zijn ze beter in staat de leerling gericht te ondersteunen. Daarom in het ook belangrijk dat leraren hun eigen leerstijl kennen. Meestal is de doceerstijl van de leraar een weerspiegeling van zijn eigen leerstijl met dezelfde zwakke en sterke punten.

In SelectorDML onderscheiden wij vier leerstijlen:

  1. Serialisme
  2. Holisme
  3. Versatilisme
  4. Oppervlakte Leerder 

 

1.   SERIALISME

Serialisme is een gedetailleerde manir van verwerken. Serialisten gaan stap voor stap door de leerstof. Dit gebeurt grondig, met veel oog voor details. Zij schenken weinig aandacht aan de relaties tussen de onderdelen van de leerstof, die dan ook gescheiden van elkaar worden bestudeerd.

De aandacht is gericht op feitelijke informatie: details, begrippen, definities, formules, oplossingsmethoden, feiten, rijtjes met kenmerken e.d. Serialisten proberen zoveel mogelijk van deze informatie te onthouden.

Centraal tijdens de studieactiviteiten staan:

  • stap voor stap door de leerstof gaan;
  • veel oog hebben voor details;
  • herhalen en memoriseren.

 

2.   HOLISME

Holistische leerlingen proberen zich een totaalbeeld van de lesstof te vormen door afzonderlijk behandelde onderwerpen samen te voegen en te structureren. Daarnaast zullen zij de nieuwe leerstof op de dagelijkse werkelijkheid toepassn. Centraal tijdens de studieactiviteiten staan:

  • het legen van relaties tussen de onderdelen;
  • de grote lijn en de algehele structuur;
  • het personaliseren (tot persoonlijk bezit maken) van de lesstof;
  • het zoeken naar praktische bruikbaarheid.

 

3.   VERSATILISME

Versatilisten passen hun stijl aan de taak aan ('situationeel schakelen'). Indien kennis van details wordt gevraagd, zullen zij zich op de details richten. Vergt de taak echter een algemeen inzicht , dan zijn zij in staat de grote lijnen te volgen.

 

4.   OPPERVLAKTE LEERDER

Leerlingen met een oppervlakte leerstijl zijn (nog) niet in staat structuur en soems ook niet bereid structuur aan te brengen in hun leerproces.


Naar boven Naar boven
Maarten bereidt zich voor op een toets. Heel serieus zit hij gebogen over zijn boek met de gele arceerstift in de hand. Hij arceert alle dingen die hij belangrijk vindt. Want wat hij belangrijk vindt wil hij zich goed inprenten. Hij kent het dan bijna uit zijn hoofd. Hij weet dat hij zo een goed cijfer zal halen. Als hij denkt dat hij klaar is het overgrote deel van het hoofdstuk geel.......... Maarten is een echte serialist.
Amber is met hetzelfde hoofdstuk bezig. Je ziet haar denken. Ze onderstreept drie woorden. In de kantlijn schrijft zij: ‘kern’. Daarna leest zij het hoofdstuk nogmaals door en maakt enkele aantekeningen in haar schrift......... Amber is een holist.
Ook Anna bereidt zich voor. Ze heeft een notitieblokje voor zich liggen. Op een blaadje noteert zij de ‘hoofdzaken’ en op het andere ‘belangrijke details’. Haar leerstrategieën zijn aangepast aan de taak. Anna is een versatilist.
Klasgenoot Tom is niet geïnteresseerd in de leerstof. Hij vraagt aan de leraar: ʻu overhoort toch wel letterlijk meneer?ʼ want hij wil wel een goed cijfer halen. Tom is een oppervlakte leerder.
Leerlingen